5 jun. 2014

De Amsterdamse School in Groningen

De Amsterdamse School was, zoals de naam doet vermoeden, vooral een hoofdstedelijke aangelegenheid. Niet alleen is de stijl hier ontstaan, maar veruit de meeste gebouwen in deze stijl zijn in Amsterdam gebouwd. Zo nu en dan zorgden een bijzondere architect of een gebeurtenis in een andere stad voor een verhoogde concentratie Amsterdamse School gebouwen, zoals Hurks in Roosendaal of Dudok in Hilversum, als we hier al van Amsterdamse School kunnen spreken. Maar meer nog dan in andere middelgrote steden blijkt echter in Groningen precies die combinatie van omstandigheden te zijn voorgekomen die er voor zorgde dat hier de stijl uitbundig tot bloei kwam. Hoe heeft de Amsterdamse School zich zo uitgebreid in de noordelijke stad en provincie kunnen manifesteren en welke ontwikkelingen vormden de voedingsbron voor de stijl? Hoe uitte de stijl zich zo ver van haar geboortegrond en welke verschillen zijn er te ontwaren? SPQA weet het antwoord.

Excursie Amsterdamse School in Groningen
Afgelopen week vertrok een groep professionals en geïnteresseerden in architectuur en erfgoed onder leiding van SPQA op een uitgebreide vakinhoudelijke excursie naar Groningen om de antwoorden op bovengenoemde vragen te vinden. Groningen biedt een bijzonder oeuvre aan Amsterdamse School gebouwen. Waarschijnlijk is de stad, wanneer ook de regio wordt meegenomen, na Amsterdam de meest toonaangevende stad op het gebied van deze stijl. Het is geen wonder dat er dan ook veel over het fenomeen is gepubliceerd.

Dat een vrij lokale en unieke stijl als de Amsterdamse School in Groningen heeft kunnen aarden lijkt op het eerste gezicht vreemd, omdat beide steden rond 1920 sterk van elkaar verschilden. Toch zijn er ook overeenkomsten te ontdekken. De belangrijkste parallel met Amsterdam is dat Groningen rond 1900 een stad was die fungeerde als een hoofdstad van een gebied. In de omliggende noordelijke regio was Groningen veruit de belangrijkste stad. Net als in Amsterdam leidde dit tot een aantal bepalende ontwikkelingen.

Arbeiders en socialisme
Om te beginnen zorgde de positie van Groningen in de regio dat zij werkte als een magneet voor arme landarbeiders. Door de industrialisatie van het werk op het platteland, waren veel van hen werkloos geraakt en zij trokken naar de stad in hun zoektocht naar werk en woonruimte. Groningen was net als de meeste steden niet voorbereid op de grote toestroom (Groningen groeide tussen 1870 en 1900 van 38.528 naar 66.537 inwoners) en deze arbeiders kwamen in zeer slechte omstandigheden terecht. Zij werkten in de Groningse strokarton- en aardappelemeelindustrie of thuis als erwtenlezers en woonden in sloppenwijken in de stad. Door de toenemende ontevredenheid en kloof tussen arm en rijk wendden veel van hen zich tot het socialistische gedachtengoed, waar hen een betere en eerlijkere toekomst beloofd werd. Het socialisme bereikte uiteindelijk dat er na de invoering van de woningwet in 1902 betere woningen voor arbeiders gebouwd werden. Deze werden regelmatig gebouwd met moderne architectuuropvattingen, zoals de Amsterdamse School.

Vanaf 1918 werd in Groningen volop gebouwd door zowel de gemeente als door woningbouwcorporaties, vooral in het oosten van de stad. In onder andere het Blauwe Dorp in de Oosterparkwijk werden verschillende experimenten gebouwd op het gebied van arbeiderswoningen. Bijzonder is hier de kern van het stadswijkje, waar 19 boerderijen van stadsarchitect Jan Anthony Mulock Houwer staan, welke elk vier arbeiderswoningen bevat. Hieromheen is door onder andere S.J. Bouma, die later de functie van stadsarchitect had overgenomen, een stelsel van woningen gebouwd die met poorten en verhogingen een indruk van een kleine vesting geven. De bebouwing aan de Lindenlaan op de hoek met Irislaan is zeer spectaculair en geeft een goede indruk van de stedenbouwkundige éénheid van het plan.

De socialistische elite en de dienst Gemeentewerken
Echter, net als in Amsterdam had het socialisme in Groningen nauwelijks een revolutionair karakter. De groei van het socialisme ging in Nederland geleidelijk en met steun van een cultureel begane en maatschappelijk geëngageerde sociaal democratische elite. Deze elite bezorgde de sociaal democraten een groot aandeel in de stadsdeelraad en daarmee een flinke vinger in de pap bij gemeentelijke diensten zoals de Groningse Gemeentewerken (GW) Deze dienst schoof vervolgens ook stadsarchitecten met socialistische denkbeelden naar voren voor haar projecten. De stadsarchitect Siebe Jan Bouma bouwde zo verschillende kenmerkende scholen, bruggen en andere openbare gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School. Een prachtig voorbeeld dat tevens het startpunt van de excursie was, is het kantoorgebouw van de dienst Gemeentewerken (GW) aan de Gedempte Zuiderdiep 96, gebouwd tussen 1925 en 1928 naar ontwerp van Bouma. Het gebouw heeft een spectaculaire glas in lood partij bij de trap en is versierd met beeldhouwwerk van Willem Valk.
Jo Boer Noorderbad, Bouma Siebe Jan Boumaschool, Bouma Gemeentewerken Groningen

De Ploeg
De eerder genoemde cultureel begane elite, zorgde ook voor een bovengemiddelde aandacht voor moderne kunst en cultuur. Door de verhoogde vraag ontstond ook de mogelijkheid voor een grote groep kunstenaars om zich te ontwikkelen. Zij organiseerden zich in kunstenaarskring De Ploeg. Hoewel de groep voornamelijk bestond uit schilders, bood zij echter ook plaats voor musici en architecten. De naam was een analogie met het ontginnen van de kunst, maar refereerde ook naar het agrarische karakter van de omgeving. Er was net als de Amsterdamse School geen manifest of school, maar in plaats daarvan bestond zij uit een verzameling sterke individuen en kenmerkt de kunst van De Ploeg zich door sterk expressionistische, contrasterende vlakken en kleuren en heftige penseelstreken. Het Groningse landschap was een belangrijk object, maar ook abstracte composities kwamen veel voor. Het is vooral deze abstractie en het gebruik van een grote kleurenrijkdom die ook terug te zien is in het werk van de Groningse architecten. De Ploeg bood een platform voor een actieve discussie over de functie van kunst en de relatie tussen architectuur en maatschappij.

Rijke boeren
Een andere ontwikkeling die vooral belangrijk was voor het uithoudingsvermogen van de Amstedamse School in Groningen was de aanwezigheid van rijke boeren in de omgeving. Waar in Amsterdam industriëlen, krantenmagnaten en eigenaren van warenhuizen een schijnbaar eindeloze rijkdom wisten te vergaren, waren het in het noorden de boeren die als grootgrondbezitters veel geld hadden verdiend door de lage lonen, door de invoering van machinaal werk en het verkrijgen van steeds meer grond door buitendijkse landwinning. De grote rijkdom was vooral tussen 1850 en 1880 ontstaan met het verbouwen van graan in een periode die men de “champagnejaren” zou gaan noemen. De boeren bouwden in eerste instantie kastelen van boerderijen, vaak in neostijlen, maar bij het rentenieren bouwden velen van hen liever een nieuw huis in een dorp. Zij lieten dit doen in een stijl volgens de nieuwste mode: De Amsterdamse School.
Zevenberg Villa Haren, Bouma Villa Nassaulaan, Reitsema Villa Usquert

Amsterdamse School kerken
Ten slotte was er nog een laatste ontwikkeling die in de omgeving speelde, welke zorgde voor weer een ander gebouwtype waarin de Amsterdamse School in Groningen groot kon worden. In de vele dorpen op het hogeland van de provincie zijn tientallen kerken te vinden in Amsterdamse School stijl.

Door het scheiden van kerk en staat in 1848 ontstond een kerkenwedloop van de verschillende religies. In de laat negentiende eeuw waren het nog de katholieke kerken die begonnen aan een inhaalslag om nieuwe kerken te bouwen. In Nederland was het Pierre Cuypers die gestalte gaf aan het verlangen om het katholicisme te vangen in een zekere bouwstijl. Als reactie hierop spoorde dit andere godsdiensten aan om op een vergelijkbare manier de visie op de essentie van het geloof om te zetten in architectuur. Met name de expressionistische vormen van de Amsterdamse School leenden zich uitstekend voor dit doel. Waar de katholieken veel bezig waren met imponeren, toonden verschillende protestanten gemeentes juist een soberheid met grote, strakke kozijnloze muren van bakstenen, waarbij vaak het enige daglicht van boven komt. De gereformeerde gemeente, die traditioneel meer nadruk legt op het samenkomen van de gelovigen, bouwde het liefst kerken met een compacte waaier- of kruisplattegrond, waar gelovigen dicht bij elkaar zaten. Maar ook de beleving van het geloof door het individu was belangrijk, hetgeen met kleuren of vormen kon worden versterkt. Een belangrijke Groningse architect die hiervan een bijzonder voorbeeld vormt en die talloze kerken bouwde was Egbert Reitsma.
Reitsma Kerk Appingedam, Reitsma Kerk Andijk, Reitsma Kerk Appingedam

De architecten van de Groningense Amsterdamse School
Anders dan in andere middelgrote steden, waar het vaak een éénling was die er de Amsterdamse School op de kaart zette, waren het in Groningen meerdere namen die gezamenlijk de beweging vorm gaven. Berend Jager, Willem Reitsema, Egbert Reitsma, Siebe Bouma, E. van Linge, J.A. Boer, Kuiler & Drewes en Albert Wiersema zijn enkele van de meest voorkomende namen. Twee van hen zijn al eerder genoemd en worden hieronder iets uitgelicht, omdat zij zich door functie of stijl onderscheidden van de anderen.

Siebe Jan Bouma (1899-1959)
Siebe Jan Bouma werkte zich van timmerman via een baantje als tekenaar bij de gemeente in 1920 op tot stadsarchitect en stedenbouwkundige van Groningen, waar hij uiteindelijk tot 1942 werkzaam was. In deze functie werkte hij onder andere met Berlage die in 1932 een Plan van Uitbreiding voor de stad maakte. Bouma ontwierp naast openbare gebouwen ook kleine bouwwerken als brugwachtershuisjes, transformatorhuisjes en paviljoens. De gemeente ontwikkelde daarnaast zelf veel woningbouw in de nieuwe uitbreidingswijken. Bouma maakte ook hiervoor de ontwerpen. Zijn bekendste werken zijn echter de zeven scholen die hij bouwde in dezelfde wijk en het hoofdkantoor voor de Gemeente Werken van Groningen, waar hij zelf ook werkzaam was. Bouma had hiernaast een grote interesse voor lokale architectuurgeschiedenis en was een actief lid van De Ploeg waar hij zich actief in de discussie over de rol van traditionele bouwtradities in de hedendaagse architectuur mengde. Bouma was de belangrijkste Amsterdamse School architect voor de stad Groningen.

Egbert Reitsma (1892-1976)
Reitsma (niet te verwarren met collega Willem Reitsema) werd geboren te Ulrum in een gereformeerd gezin. Net als vele architecten startte hij zijn carrière als timmerman/ aannemer. Architecten organiseerden zich rond deze tijd echter steeds beter en bij monde van een welstandscommissie dicteerden zijn steeds sterker een scheiding tussen bouwen en ontwerpen. Om toch te kunnen blijven ontwerpen, leerde Reitsma door om architect te worden. Zijn liefde voor de Amsterdamse School werd aangewakkerd nadat hij tijdelijk als leerling op het bureau van Willem Kromhout in Rotterdam in aanraking was gekomen met moderne bouwstijlen. Als gereformeerde architect bouwde hij echter veel kerken, welke hij sterk expressieve vormen meegaf en die met uitzinnig kleurgebruik van binnen werden versierd. Onder andere in Kollum (1924), Appingedam (1928) en Andijk (1929) bouwde hij kerken. Net als Bouma was Reitsma lid en zelfs bestuurslid van De Ploeg, en hij was tevens als schilder actief. Naast kerken bouwde Reitsma het Noorder Sanatorium Dennenoord in Zuidlaren uit 1935.

Verschillen en overeenkomsten
De Amsterdamse School in Groningen is erg herkenbaar en verschilt duidelijk van de stijl zoals deze in andere delen van het land voorkwam. Belangrijk hiervoor is het feit dat in Groningen de stijl in een iets latere periode op haar hoogtepunt was. Waar in Amsterdam de stijl rond 1930 was verdrongen door andere stijlen, was zij in Groningen nog tot diep in de jaren ‘30 populair. Vooral de villabouw in Amsterdamse School stijl duurde nog lang voort. Een verklaring kan zijn dat afstand in die tijd nog een grote vertragende factor was op de verspreiding van stijl. Ook betreft het hier vooral de eerder genoemde boeren villa’s. Deze boeren waren wel rijk, maar niet altijd op de hoogte van de allernieuwste ontwikkelingen in de kunst. Men wilde blijkbaar wel graag met de mode meelopen, maar niet zozeer vooroplopen.

Door de vertraging is het vooral het latere type Amsterdamse School dat in het noorden veel vertegenwoordigd is. Hier ligt de nadruk sterk op de bijzonder plastische compositie van gebouwonderdelen. Maar ook is de vormgeving sterker beïnvloed door abstracte, kubistische vormen dan door de ronde, organische vormen die in Amsterdam veel te vinden zijn en wordt er ook vaker gebruik gemaakt van moderne materialen, zoals stalen kozijnen, glasbouwstenen en beton. Maar misschien wel het meest zichtbare verschil is dat kleur een belangrijkere rol speelt. Waar in Amsterdam wit de meest voorkomende kleur voor houtwerk is, werd er in Groningen veelvuldig gebruikgemaakt van bont geschilderde kozijnen en dakranden. Ook werd er veel geëxperimenteerd met composities van verschillende kleuren bakstenen. Het kleurgebruik valt overal sterk op en komt voor van primaire kleuren, tot meer bijzondere kleurencombinaties als oranje met groen. Op sommige plekken, zoals het glas in lood raam van het kantoor van de Gemeentewerken en de kerk in Appingedam wordt kleur in bijzonder rijke composities toegepast, maar altijd als abstracte composities.
Reitsema Villa Usquert, Hoekzema Petrus Hendrikszstraat, Bouma Lindenlaan

De Excursie
Tijdens de excursie zijn alle verschillende kenmerken van de Groningse Amsterdamse School aan bod gekomen. Er zijn zowel sociale woningen, publieke gebouwen en villa’s voor de hogere klasses bezocht in zowel Groningen stad als de provincie. Als leidraad voor de zoektocht zijn enkele boeken aan te raden. Het boek Versteende Welvaart van Anja Reenders toont een handig overzicht van de verschillende panden in de provincie, maar hier mist de behandeling van de Amsterdamse School in Groningen stad. Dit hiaat bleek een kleine publicatie over architect Siebe Bouma uitstekend op te vullen. Tijdens de excursie was er ook de gelegenheid om het raadhuis in Usquert van Berlage te bezoeken. Hoewel geen Amsterdamse School in strikte zin, bood het een prachtig uitgangspunt om de stijl te vergelijken met andere stijlen uit de tijd.

Bronnen:
- Bolt, H. e.a. (2008), Willem Reitsema Tzn. (1885-1963): architect op het Hogeland
- Boon, Annet (1998), Jaarverslag restauraties in 1997, uit: Hervonden Stad
- Cusvellier, Sjoerd. & Kroeze, Anke, (1992) Bouwen & bewaren : S.J. Bouma, architect (1899-1959)
- Eliëns, T., (2010), Berlage in het noorden : een raadhuis voor Usquert
- Gemeente Groningen (2008), Bestemmingsplan Oosterparkwijk
- Gerritsen, Ineke (1992), S.J. Bouma, architect 1899-1959, Bouwen & bewaren
- Lonkhuyzen, L. Van (2014) Een zondvloed aan godshuizen in: Het Parool
- Raangs, Berend en Joris van Haaften (2000), Jaarverslag restauraties in 1999 uit: Hervonden Stad
- Raangs, Berend en Joris van Haaften (2009), Jaarverslag restauraties in 2008 uit: Hervonden Stad
- Reenders, A., Stolk, C., (2008), Versteende Welvaart, Amsterdamse School op het Groningse Hoogeland
- Woud, A. Van der (2010), Koninkrijk vol sloppen

- Reliwiki: Appingedam, Dijkstraat 73 - Gereformeerde Kerk, gevonden op: reliwiki

Foto's: SPQA Amsterdam, behalve:
- Siebe Jan Boumaschool: wikimedia
- Villa Haren: wikimedia
- Villa Nassaulaan: wikimedi
- Kerk Andijk: wikimedia
- Portret Siebe Jan Bouma: Groninger Museum
- Portret Reitsma: sneuperdokkum.blogspot.com

2 opmerkingen:

  1. Leuk artikel. Beetje lang, maar wel goed dat er eindelijk eens wat meer aandacht is voor alle Amsterdamse School hier.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Opmerking bij foto villa Nassaulaan: deze is niet ontworpen door Bouma, maar door Egbert Reitsma (net als de villa ernaast, die niet op de foto staat)

    BeantwoordenVerwijderen