10 okt. 2014

De Amsterdamse architect Eduard Cuypers en zijn 'Bouwbureau Roermond'


Vorige week is een cahier gepubliceerd van Willem Cartigny over Eduard Cuypers (1859-1927), de architect die vaak wordt omschreven als de vader van de Amsterdamse School. Zijn architectenkantoor aan de Jan Luijkenstraat 2 in Amsterdam vormde de leerschool van de grote namen van deze beweging. Onder andere de drie grootste namen, Michel de Klerk, Piet Kramer en Joan van der Meij hebben hier hun vorming ondergaan. Eduard zelf was afkomstig uit Roermond, waar hij zijn opleiding bij zijn bekende oom Pierre Cuypers genoot. Hoewel Eduard op 17 jarige leeftijd met enkele familieleden zijn oom achterna ging om zich te vestigen in Amsterdam, opende hij later ook een dependance in zijn geboortestad. De publicatie richt zich voornamelijk op dit tot nu toe onderbelichte aspect en de carrière van August Hermans, de kunstenaar die het bureau leidde.

Eduard Cuypers, architect
Bij de bouw van het Rijksmuseum 1876 verhuisde Pierre Cuypers naar Amsterdam. Zijn zoon, broer en neef volgenden hem om mee te werken aan dit grootse project. Rond 1880 begon Eduard vervolgens zijn eigen bureau, waarmee hij zich richtte op de neostijlen die zijn oom populair had helpen maken. Vanaf 1900 zou Cuypers zich verder oriënteren en zich een eigen variant van de Art Nouveau toe-eigenen, regelmatig gecombineerd met ideeën uit de Arts & Crafts beweging. Geïnspireerd door internationale ontwikkelingen was er een hang naar het moderne, maar altijd met veel gevoel voor ‘het schoone’ vol romantiek en decoraties.

Eduard Cuypers werd door Vissering, toenmalig directeur van de Nederlandse Bank en een belangrijke opdrachtgever, omschreven als een harde werker die gedetailleerd en uitgebreid te werk ging. Hij was bereid zijn nachtelijke uren op te geven en ging alleen voor de beste kwaliteit. Dat hij daardoor aan de dure kant was, hoorde daar bij. Hij had de naam een moderne en open werksfeer aan te hangen, waarin zijn leerlingen en medewerkers werden gestimuleerd zichzelf te ontplooien en gebruik te maken van een riante verzameling boeken en tijdschriften die hij tot zijn beschikking had. Ook gaf zijn bureau eigen tijdschriften uit: ‘Het Huis, Oud en Nieuw’en later een Nederlands-Indische variant, waarin zijn eigen ontwerpen veel aandacht kregen. Hij liet zijn leerlingen veelvuldig meedoen aan prijsvragen en zij bekwaamden zich in verschillende gebieden van kunstnijverheid, zodat zij hem konden helpen bij het decoreren van (onderdelen van) zijn projecten.

Met de brede en riante bezetting in zijn bureau kon hij zo ontwerpen leveren voor een diversiteit aan producten. Voor de gebouwen werden zo ook muurschilderingen en beeldhouwwerk en de meubels, lampen en servies ontworpen. Dat zijn formule succesvol was blijkt. In 1909 zou Cuypers in het toenmalige Nederlands-Indië een dependance van zijn kantoor openen, dat vele kantoorpanden bouwde voor zich daar vestigende bedrijven. Het behoorde tot de meest productieve architectenbureaus van Nederlands-Indië.

Bouwbureau Roermond
Nauwelijks vermeld in de geschiedenisboeken is het feit dat Cuypers ook een derde filiaal van zijn kantoor had in zijn geboorteplaats Roermond. Cartigny verlegt de aandacht, na een overzicht van Cuypers’ontwikkeling als zelfstandig architect, op informatie over dit filiaal dat rond 1920 werd geopend en de projecten die hier werden ontworpen. Naast aandacht voor de vrijlegging van het Munsterplein is er ook beperkt aandacht voor twee andere grotere ontwerpen, het Ursulinenpensionaat en de stadsvilla Ernst Casimir. De meeste aandacht gaat naar de zoektocht naar het leven en werk van August Hermans, de kunstenaar en latere architect die het bureau ter plekke leidde.

De publicatie is voor € 12,50 (excl. verzend kosten) te verkrijgen bij boekhandel Boom in Roermond of door deze direct te bestellen bij Willem Cartigny: cartigny@xs4all.nl.

Bronnen:
- Cartigny, W. (2014), De Amsterdamse architect Eduard Cuypers en zijn 'Bouwbureau Roermond', Fontana, Roermond
- Vissering, G. (1927), Levensbericht van Eduard Cuypers in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1928


Foto's:
Willem Cartigny

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen