18 jun. 2015

Het zegel van Amsterdam

We kennen allemaal het wapen van Amsterdam, rood, met zwarte verticale band en drie witte andreaskruizen. Het wapen is vanaf ongeveer 1280 in gebruik en fungeert al lange tijd als het beeldmerk voor de stad en alles en iedereen die met haar te maken heeft. Al vroeg heeft Amsterdam echter ook een ander symbool gedragen, waarmee zij zich identificeerde, haar bezit kenbaar maakte en bestuurlijke zaken bekrachtigde. Het oude stadszegel van de stad, met de afbeelding van een koggeschip, twee figuren en meestal vergezeld van een over de rand kijkend hondje. Het is al lang verdwenen als officieel beeldmerk op documenten en daarmee ook zo goed als uit het collectief geheugen. Toch kan men het nog dagelijks terugvinden. Zoekend in de stad, kan men het zegel op een aantal typische Amsterdamse gebouwen vinden. Het zegel van Amsterdam is een oud en bijzonder symbool dat en passant de oprichtingslegende van de stad vertelt.


Stadszegels
Het zegel wordt ook wel eens het oude stadswapen van Amsterdam genoemd, maar dit is niet juist. Een stadszegel had een andere functie dan het stadswapen. Een stadswapen was (en is vaak nog steeds) voor een stad het belangrijkste herkenningsteken. Het symboliseert de stad als plaats en haar inwoners. Van oorsprong is een stadswapen vergelijkbaar met een familiewapen. Het is een uiting van afkomst en veel stadswapens hebben dan ook een relatie met het wapen van de adel die over de stad heerste. Het stadswapen was daarom ook meestal opgebouwd uit heraldische kleuren, symbolen of afbeeldingen.

Een zegel was daarentegen een symbool van de stad als rechtspersoon en betekende voor een stad een bekrachtiging van haar handelen en van haar eigendom. Het werd vroeger dan ook door ambtenaren met een lakzegel gebruikt als een soort handtekening. Bijvoorbeeld als bevestiging van officiële aktes, brieven en andere documenten. Ook werd het afgebeeld op objecten die in eigendom van de stad waren.

In de meeste gevallen stelde de afbeelding op een stadszegel een object, gebeurtenis of persoon voor die met de stad verbonden was. Sommige steden gebruikten een afbeelding van een poort of burcht. Andere zegels tonen de belangrijkste kerk of de patroonheilige. Indien er een relatie bestond met het water, zoals met visserij of handel, werd er vaak gekozen voor een schip. Zo ook in Amsterdam, dat behoefte had aan een stadszegel nadat zij in 1275 stadsrechten had verworven.


Lakzegel van Amsterdam, Zegel van Zwolle, Zegel van Harderwijk, Zegel van Gouda



Het koggeschip
In de meest voorkomende variant van het stadszegel is een kogge te zien met een opgeschoten zeil. Dit type vrachtschip was toentertijd met zo’n 20 tot 30 meter lengte het grootste zeevarende schip in gebruik. Het had een verhoogd voor- en achtersteven welke waren bekroond met kantelen.

Op de kogge staan staan soms één, maar meestal twee figuren afgebeeld en een kleine hond. Één van de figuren houdt een zwaard en een wapenschild met vier leeuwen vast (het wapen van Henegouwen), de ander een banier van Amsterdam met de drie kruizen. Ook aan het achtersteven van het schip bevinden zich één (soms twee) banieren van Amsterdam en vanuit het kraaiennest hangt een banier naar beneden.

Het is niet met zekerheid te vertellen wie de figuren moeten voorstellen, maar er zijn verschillende theorieën. Volgens Le Cosquino De Bussy stelt de man met het Henegouwse schild wellicht de heraut van graaf Willem IV voor, of de graaf zelf, die aan Amsterdam het grote handvest van 1342 had gegeven. De figuur symboliseert hier het landsheerlijke gezag. De figuur met de banier, iets lager geplaatst, stelt een schutter voor als symbool van de stedelijke weerbaarheid. De hond krijgt in een andere beschrijving een allegorische verbeelding van trouw van zijn meester, de schutter, mee.

De legende
In de loop van de 17e eeuw is er bij de afbeelding op het zegel een bijzonder verhaal ontstaan, waarbij de verschillende afgebeelde figuren een rol kregen toebedeeld in een legende van de ontstaansgeschiedenis van de stad. Het ontstaan van het verhaal in deze periode moet worden gezien in lijn met een toenmalige neiging om de eigen afkomst te verheerlijken. Van het verhaal zijn verscheidene variaties terug te vinden, maar de meest spectaculaire hiervan gaat ongeveer als volgt:

Het verhaal van de kogge begint met het feit dat er in de 11e eeuw een conflict woedde tussen de graaf van Friesland en Keizer Hendrik IV. Het gevolg van het conflict was dat het grondgebied in 1088 werd overgedragen aan Koenraad, de bisschop van Utrecht, maar de stugge Friezen lieten zich niet zomaar overheersen en bestuurden liever zichzelf. Koenraad besloot daarom om verkleed als simpele reiziger zelf naar Friesland te varen om polshoogte te nemen, om te proberen meer over de Friezen te weten te komen en zo de Utrechtse heerschappij te vergemakkelijken.

De bisschop werd echter niet snel na zijn aankomst in Stavoren ontmaskerd als komende uit Utrecht en de woedende Friezen duwden hem terug het Flevomeer (tegenwoordig het Ijsselmeer) op in een oude kogge, maar niet voordat zij hem knevelden en het roer van het schip onklaar maakten. De Utrechtse geestelijke leek in het stuurloze schip een gewisse dood tegemoet te gaan, maar er was één Fries die, ontzet over het geweld, de hulpeloze vreemdeling probeerde te redden. Hij rende het water in en kwam nog net samen met zijn hond aan boord van het schip. De bisschop werd van zijn boeien ontdaan, maar het was te laat om nog met enige middelen land te bereiken. Stuurloos drijvend dwaalden ze het meer op en in de nacht zette een razende storm op. De golven werden steeds hoger en op een gegeven ogenblik sloeg de hond overboord. De Fries en de bisschop vreesden voor hun leven, zij sloegen een kruis en baden dat zij niet hetzelfde lot als dat van de hond zouden meemaken.

Niet veel later echter hoorden de twee mannen in de verte het zwakke, maar onmiskenbare geluid van een blaffende hond. Het was hun metgezel die op toevalligerwijze aan wal was gespoeld. Het was pikkedonker, maar de mannen beseften dat het nu of nooit was, zij sprongen het water in en lieten zich leiden door het blaffen van de hond. Zo bereikten zij uiteindelijk land en zij raakten de volgende ochtend in gesprek. De Fries, Wolfger gaf aan zich op deze nieuw ontdekte plek te willen vestigen. Hij wilde niet meer terug naar Stavoren uit onvrede over het onmenselijke gedrag van zijn plaatsgenoten en er leek zich voldoende vis te bevinden in het water om een nieuw bestaan op te bouwen. Als dank voor het redden van zijn leven zegende de bisschop de grond en voorspelde dat er op de plek een stad zou ontstaan die de machtigste van de wereld zou worden en dat de Fries daarvan de eerste schout zou worden. Wolfger begon kort hierop aan de bouw van wat later inderdaad het middelpunt van de wereld zou worden. De mast van de kogge werd in de grond gestoken op de plaats waar later de Oude Kerk zou worden opgericht. Van de resten van de kogge zou hij later de Dam in de Amstel bouwen. En zo was Amsterdam geboren.

In een uitgave van Ons Amsterdam uit 1975 wordt een andere, simpelere variant beschreven. Dit verhaal vertelt ook over een woeste storm op het Flevomeer, waar een klein scheepje stuurloos ronddobberde. Het laat de herkomst van de figuren aan boord echter achterwege, maar merkt hen aan als vissers en vertelt dat hun hond ziek van de deining en ellende was. Zijn baasje zou op het water hebben uitgeroepen dat als zij nog ooit leven aan wal zouden stappen, zij zich zouden vestigen op de plaats waar de hond zich te rusten zou leggen. Later zou het scheepje in de mondig van de Amstel in stillere wateren terecht zijn gekomen en vervolgens bouwde deze man het eerste huis van Amsterdam. De Stormsteeg zou de plek zijn waar de vissers aan wal zijn gegaan.

Zegel op kaart van Joan Blaeu, Voormalige windvaan op Westertoren, Beurs van Berlage

De op- en ondergang van het zegel
Het stadszegel heeft niet altijd de zojuist beschreven beeltenis gehad. Op het oudst bewaard gebleven zegel (uit 1317) is in de beeltenis slechts een schip in hoofdvorm te zien. Van de figuren ontbreekt nog elk spoor. In de mast hangt het wapen van de graaf van Holland (met een klimmende leeuw), die op dat moment over de stad heerste. Het zegel heeft een randschrift: ,,Sigillum opidi de Amestelredamme”. In de 14e en 15e eeuw ontstaan vervolgens meerdere zegels met elk een eigen functie. Ze zijn gedetailleerder, waardoor in de vorm van het schip een kogge kan worden herkend.
Het zegel met kogge is nog tot 1795 in gebruik gebleven, maar had al veel van haar betekenis verloren, omdat de bekrachtiging van aktes was overgenomen door de handtekening van de burgemeester. Vanaf 1803 is het zegel definitief vervangen voor een afbeelding met het gekroonde stadswapen en twee leeuwen. Vervolgens deden zich door bezuinigingen nieuwe veranderingen aan: Papieren en nog later gestempelde inktzegels namen het verzegelen over van de lakzegels. Het oude stadszegel verviel zo steeds verder tot een onofficieel siermerk dat slechts nog om nostalgische redenen werd gebruikt op bijvoorbeeld briefpapier. Tegenwoordig is de betekenis zelfs volledig uit het collectieve geheugen verdwenen, maar gelukkig kunnen we de geschiedenis van het zegel nog dagelijks in het openbaar terugvinden.

Oud en nieuw gebruik van zegels van Amsterdam

Het gebruik van het zegel op gebouwen
Al vroeg werd het stadszegel niet alleen op documenten, maar ook op gebouwen afgebeeld. Als gevelsteen, als windvaan of verwerkt in verschillende versieringen kan het vandaag de dag nog worden teruggevonden op een veelheid aan gebouwen in Amsterdam.

Hoewel men het ook op eerdere gebouwen kan vinden, was het in de 17e eeuw gemeengoed om Amsterdamse gebouwen uit te rusten met een stadswapen en/ of –zegel. Gebouwen in bezit van de stad werden zo met de tekens gemerkt om het eigendom te tonen. Voorbeelden hiervan zijn het Stadhuis op de Dam, het Accijnshuis (belastingen), stadspoorten en de tehuizen. Bijvoorbeeld het Oudezijds en Nieuwezijds Huiszittenhuis.

Windvaan Paleis op de Dam, Accijnshuis, Oudezijds Huiszittenhuis, Nieuwezijds Huiszittenhuis

In tijd parallel aan het verdwijnen van het stadszegel bij documenten zien we ook een afname van het gebruik van het zegel op gebouwen. Vanaf 1800 werd er minder gebouwd en werden nauwelijks gebouwen opgeleverd waar het zegel nog op pronkte. Vanaf 1880 zien we echter weer een opleving in het gebruik van het zegel, tegelijkertijd met het steeds uitbundiger ontwerpen van gebouwen. Het plaatsen van versieringen zoals teksten, wapens, jaartallen en allegorische verbeeldingen die een relatie tonen met het gebouw nam een grote vlucht toen architecten zochten naar symboliek die een expressie zou vormen van de functie van het gebouw. Het was de tijd waarin men met de gedachte van het gesamtkunstwerk een uitgebreid decoratief programma op het gebouw losliet. In deze periode werd het zegel opnieuw regelmatig gebruikt op gebouwen die in eigendom waren van de stad, zoals scholen (bijvoorbeeld de Letter U School aan de Tweede Oosterparkstraat, de HBS aan het Raamplein en het Barlaeus aan de Weteringschanse). Ook het Rijksmuseum heeft een bekroning gekregen met het zegel in de vorm van een windvaan bovenop één van de torens.

Letter U school Twede Oosterparkstraat HBS Raamplein, Barlaeus Weteringschans

Ook na 1900 blijft het gebruikelijk om het zegel te plaatsen. De oude stadsdrukkerij uit 1915 en het nieuwe stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal uit 1926 hebben beide een zegel gekregen. Ook een belangrijk gebouw als de Beurs van Berlage (1903) kreeg natuurlijk een zegel. Wanneer men op het Beursplein staat kan men het vinden op de gevel van zowel de Beurs van Berlage als ook op de Effectenbeurs ernaast. Bij deze laatste is het te vinden in het timpaan bovenin.

Stadsdrukkerij, Voormalig Stadhuis, Effectenbeurs

Ook gebeurde het in die tijd dat (particuliere) instanties of eigenaren van een gebouw hun relatie met de stad duidelijk wilden maken. Zo kan het worden gevonden in de gevel van het kantoor van het Algemeen Handelsblad aan de Nieuwezijds Voorburgwal, maar ook in het glas in lood van het Victoriahotel. Voor het beste zicht hier op is het aan te raden om eens naar binnen te stappen bij het geldwisselkantoor op de hoek met de Prins Hendrikkade. De opleving van het gebruik van het zegel duurde tot ongeveer 1930, wanneer we zien dat versieringen ook in het algemeen weer steeds minder worden toegepast.

Victoriahotel, Scheepvaarthuis, Algemeen Handelsblad

Twee laatkomers zijn beide van stadsbeeldhouwer Hildo Krop: Het hoofdkantoor van de politie aan de Marnixstraat uit 1940 heeft een zegel in de beeldengroep aan de gevel. De naar ons weten laatste toepassing van het zegel kan men vinden op het gebouw van de bibliotheek van de UvA aan het Singel bij het Koningplein. Dit gebouw is opgeleverd in 1960. Het zegel is hier aan de gevel verwerkt als beeldhouwwerk van Hildo Krop.

Vleeshal, Hoofdkantoor politie Marnixstraat, Bibliotheek UvA

Bronnen
- Alberdingk Thijm, J.A. (1866), Het wapen der stad Amsterdam. Eene studie op hare oudste geschiedenis, in: De Gids, 30, p390-423
- Answaarden, R. Van, (1992), Der stede zeghelen opnieuw bezien, in: Jaarboek Amstelodanum, 84 (1992), 1, 11-20
- Emeis, M.G., (1975), Amsterdam in en om 1275: een Floris-sant wiegekind, in: Ons Amsterdam, 27 (1975), 2, 34-38
- Koord, C.,(1981), Oude Amsterdamse Volksverhalen, De Lijster, Amsterdam
- Le Cosquino De Bussy, A. (1949), Het Amsterdamse "Koggeschip" in: Ons Amsterdam, 1 (1949), 1, 3-4
- Laan, P.H.J. Van der, (1993), De stadszegels van Amsterdam in de vijftiende en zestiende eeuw: Het secreetzegel en het zegel ten zaken, in: Jaarboek Amstelodanum, 85 (1993), 1, 11-18
- Melker, B.R. De (1993), Stad en zegel: de oudste stadszegels van Amsterdam, in: Jaarboek Amstelodanum, 85 (1993), 1, 19-48.
- Oldewelt, W.F.H., (1936), De stadszegels van Amsterdam, in: Jaarboek Amstelodanum, 33 (1936), 1, 17-30
- Lennep, J. Van & J. ter Gouw, (1868), De uithangteekens, in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd (2 delen). Gebroeders Kraay, Amsterdam

Foto’s: SPQA, behalve:
- Lakzegel Amsterdam: Amsterdam Museum
- Zegel Zwolle: wikipedia
- Zegel Harderwijk: De Gids, 1918
- Zegel Gouda: wikipedia
- Stadszegel op kaart van Jan Blaeu: wikipedia
- Windvaan Westertoren, NAi
- Stadszegels: wikipedia


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen